In gesprek met Sjoerd Vlemmings, bondscoach van ons Olympische skateboardteam

'Ik zie de weg naar Tokio 2020 als één groot spannend avontuur'

Het voetbal heeft Dick Advocaat, het tennis Paul Haarhuis en het skateboarden Sjoerd Vlemmings. Hij is de eerste bondscoach van het Nederlandse skateboardteam, dat hij begeleidt naar de Olympische Spelen van Tokio in 2020.

We spraken de 33-jarige Sjoerd in een barretje in Amsterdam-Oost. Hij een koffie met een extra tipje melk, wij een ijsthee. We babbelden over het Nederlandse skateboarden, zijn rol als bondscoach, de lifestyle rond het skaten en de boost die de Olympische nominatie met zich meebrengt.

De in Zutphen geboren oefenmeester geeft naast zijn werkzaamheden als bondscoach sportles aan asielzoekers, is in de avonduren tennisleraar en maakt tussendoor nog steeds wel eens een skateboard video, zoals hij dat vroeger vaker deed. Eén ding is in ieder geval al snel duidelijk: de liefde voor het skateboarden giert door de aderen van deze relaxte dude.

skateboarden sjoerd vlemmings
Foto: Sjoerd Vlemmings (links) in gesprek met Outdoor Manners’ Alrik de Jong
Hoe werd juist jij de eerste bondscoach van het Nederlandse skateboardteam?

‘Toen bekend werd dat skateboarden in 2020 een Olympische discipline wordt, werd er al snel gesproken over een bondscoach. Ik heb direct mijn interesse getoond, maar er waren ook veel andere kandidaten. Mijn ervaring in de topsport en het feit dat ik de ALO heb gedaan, speelden een belangrijke rol.’

In het voetbal heb je de KNVB die over de beslissing van een bondscoach gaat. Hoe gaat dat in het skateboarden?

‘Wij hebben de Skateboard Federatie Nederland (SFN). Niet te vergelijken met bijvoorbeeld de tennisbond of hockeybond. De SFN wordt gerund door liefhebbers, zonder echte overheidssubsidie. De drijvende kracht daarachter is mede-oprichter Bram Waterman. Hij organiseert in juni alweer voor de vijftiende keer het NK Skateboarden.’

Wat kan het NOC*NSF voor het Nederlandse skateboarden betekenen nu het een Olympische sport is?

‘We horen pas in november of het NOC*NSF skateboarden erkent als sport en een budget beschikbaar stelt. Er zijn een paar belangrijke eisen, zoals een representatieve bond. Dat zit wel goed, er is afgelopen jaar hard aan de professionalisering gewerkt. Ook in de accommodaties zit, met dank aan onder andere de gemeente Den Haag, veel ontwikkeling.

Maar de sport moet ook een verenigingsstructuur hebben. Dat kan niet van de een op andere dag, want als skateboarder begin je op straat en niet bij een vereniging. Dat is ook het vrije gevoel dat bij de sport hoort. Maar er wordt hard gewerkt aan een nieuwe structuur en we hebben nog tot november.’

Je begon zonder voorganger. Hoe vul je zo’n blanco blad in?

‘Nadat ik het team had samengesteld, begon ik met logisch nadenken. Waar is ruimte voor verbetering? Veel observeren en analyseren, dus. Er moet ook een sportspecifiek trainingsprogramma komen. Een simpel voorbeeld: in een wedstrijdrun van anderhalve minuut mag je niet uitgeput raken.

Met Douwe Macaré, Nederlands kampioen in 2015, heb ik al een persoonlijk trainingsprogramma opgesteld. Dat moet ook voor de overige negentien mensen uit het team, want iedereen is anders.’

Hoe heb je het team samengesteld?

‘Puur op inzicht. Er moet talent en balans in het team zitten, het moet een leuke groep zijn en er moet vooruit gekeken worden. Daarom heb ik ook junioren bij de selectie gehaald. De jeugd heeft de toekomst.’

Leeft het in de groep, de Olympische Spelen in Tokio?

‘We zijn natuurlijk nog maar net begonnen, maar je merkt wel al dat het ‘wij-gevoel’ ontstaat. Vorige week heb ik wel een uur lang gebeld met Iris Besseling, die er helemaal voor gaat. Ze vertelde me dat ze gestopt is met roken en twee keer per week naar de sportschool gaat om fitter te worden. Dat is prachtig om te zien.’

Wat is jouw rol in de weg ernaartoe?

‘Ik ben sowieso bij alle wedstrijden, zoals de World Cup in Den Haag. Ik hou de groep bij elkaar, observeer, analyseer en hou gesprekken met iedereen van het team.

Daarnaast maak ik dus de trainingsprogramma’s en geef ik voedseladviezen. Stabiliteit, coördinatie, balans, kracht, alle oefeningen zijn specifiek op het skateboarden gericht. Net als de voeding en conditietraining. Ik heb een adviserende rol, het is aan de sporters zelf wat ze ermee doen.’

Hebben we medaillekansen?

‘Laat ik het zo zeggen: we zijn een klein skateboard land, maar groeien snel en hebben veel talent. Dat moet je niet onderschatten. Zo hebben we bij de dames onder anderen Candy Jacobs, die tweede staat in de World Cup ranking. Dan kun je wel stellen dat je meetelt. Keet Oldenbeuving is een 12-jarig meisje dat zich razendsnel ontwikkelt. Zij kan echt een wereldtopper worden.’

En bij de mannen?

‘Grote talenten bij de junioren zijn Jip Koorevaar en Magic van Heeswijk. Magic won vorig jaar het NK voor junioren, waarna hij mocht meedoen bij de senioren. Die wedstrijd schreef hij vervolgens ook gewoon op zijn naam. De 24-jarige Douwe Macaré is meer ervaren en hij is in Tokio op zijn piek qua leeftijd. We hebben zelfs een pro in de selectie, Sewa Kroetkov.’

Die kan zich volledig richten op het skateboarden?

‘Ja, hij heeft een naar hem vernoemd skateboard en is pro in Los Angeles. Staat ’s ochtends op, eet een broodje, spreekt met zijn vrienden af in het skatepark en neemt video’s op met sponsoren als Red Bull en GoPro. Hij heeft 150.000 volgers op Instagram, dan krijg je dus dit (laat onderstaand filmpje zien, red.).

🍒park sesh 👌🏼🎥 by @stevecorona12 #hardflipseason

Een bericht gedeeld door Sewa Kroetkov (@sewakroetkov) op

Die is wel gruwelijk hoor, hoort veel meer likes te hebben. Ook Douwe kan zich trouwens bijna volledig richten op het skateboarden, al moet hij nog wel wat bijverdienen met randzaken als lezingen.’

Hoe zit het met de rest van het team?

‘De rest moet het combineren met andere dingen. Maar gelukkig wordt in het skateboarden status niet gemeten in geld. Onderling is iedereen gelijk. Neemt niet weg dat het mooi zou zijn als we in november een financiële vergoeding krijgen van NOC*NSF, zodat meer skateboarders zich volledig kunnen focussen op trainen en beter worden.’

Wie zijn de internationale sterren van dit moment?

‘Op wedstrijdniveau is Nyjah Huston de beste. Hij heeft alles. Net even een hogere moeilijkheidsgraad op een net even hogere trap. Hij maakt nauwelijks fouten. Ik denk dat hij goud haalt op het onderdeel street in Tokio.

Shane O’Neill en Paul Rodriguez zijn andere sterren van dit moment. Dit zijn echt topsporters, die bijvoorbeeld niet drinken en perfecte trainingsfaciliteiten hebben. De beste skateboardlanden zijn Amerika, Brazilië, Australië en Canada. In Rusland zit ook veel talent, maar daar zie je minder van, omdat de Russen hun eigen competities hebben.’

Hoe leeft het skateboarden onder de Nederlandse jongeren?

‘Het is superhip. Op festivals zie je jongeren die nog nooit een skateboard hebben vastgehouden in skateboard kleding rondlopen, Nederlandse skateboarders hebben duizenden volgers op Instagram. Daarnaast heeft tegenwoordig bijna elke gemeente wel een skatepark, dus wordt er meer geskateboard. De parken in kleine gemeentes zijn overigens van een dramatische kwaliteit.’

Waar ligt dat aan, die slechte kwaliteit van kleine parken?

‘In grote gemeentes komen de initiatieven vaak van een groep skaters, die dicht op het proces zitten en creatief zijn. Een goed voorbeeld van een geslaagd park is bijvoorbeeld de nieuwe Westblaak in Rotterdam. Kleine gemeentes zijn vaak aangewezen op bedrijven die een skatepark kunnen bouwen, maar gespecialiseerd zijn in speeltoestellen.

Zo’n bedrijf geeft dan een paar opties. ‘Voor dit bedrag, kunnen we dat bouwen.’ De keuzes voor het oppervlak en obstakels van dit soort parken gaan vaak nergens over. Ze doen maar wat. Daarin wordt veel geld verspild. Ik wil er duidelijk bij vertellen dat het ‘echte skateboarden’ op straat gebeurt, maar in Nederland hebben we nou eenmaal niet de straten van Barcelona.’

Over kleine gemeentes gesproken: hoe kun je jezelf als onzichtbaar talent in de kijker skaten?

‘Het gaat vaak op eigen initiatief. Als je de moed hebt om aan een wedstrijd mee te doen, dan kun je meedoen. Eindig je hoog, dan gaat het balletje vanzelf rollen. Er is geen drempel op competitievlak, maar ook niet op persoonlijk vlak. Er heerst een heel ongedwongen sfeer met respect voor iedereen.

Maar talent komt vaak ook op je pad. Toen YouTube net bestond, kwam ik een filmpje tegen met de toen nog onbekende Stefan Peters. Ik kwam hem ook tegen op straat. Bleek een toptalent te zijn. Met hem hebben we in een jaar tijd de vetste video’s geschoten. Hij skate nog steeds goed en ik ben nog altijd bevriend met hem.’

Hoe kijk je persoonlijk uit naar de Olympische Spelen?

‘Ik zie het als één groot spannend avontuur. Tokio lijkt me geweldig. Ik ben als vegetariër ook erg benieuwd naar het eten daar. De beslissing van het NOC*NSF in november heeft geen invloed op mijn enthousiasme. Ik doe het uit liefde voor de sport.’

Vind je het ook jammer dat je zelf niet als sporter kunt deelnemen?

‘Nee, daarvoor zou ik ook te weinig talent hebben gehad. Mijn talent lag in het maken van films en het bij elkaar brengen van mensen. Mijn doel is dan ook om als coach het beste eruit te halen. Mijn assistent, Hans van Dorssen, is vroeger Nederlands kampioen geweest. Misschien heeft hij wel dat gevoel.’

Waarom is het voor een leek de moeite waard om naar skateboarden te kijken?

‘Ik wil geen enkele andere sport diskwalificeren. Maar ik kan me ergens voorstellen dat skateboarden spectaculairder is om naar te kijken dan bijvoorbeeld kogelstoten. Als je eenmaal geboeid bent, begrijp je hoe knap het is. Er komt coördinatie, kracht en souplesse bij kijken. De druk is enorm, omdat de risico’s groot zijn. Het is gewoon superspannend.’

Meer leuke content? Like ons op Facebook

14-06-2017 - Alrik de Jong